Sport

Waar gaat het over?

Met sportaccommodaties en een slimme inrichting van de openbare ruimte kan de gemeente inwoners stimuleren om meer te bewegen en te sporten.

Wettelijke bepalingen en verantwoordelijkheden

De gemeente is wettelijk niet verplicht om een sport- of beweegbeleid op te stellen. De gemeenteraad kan het college daartoe wel opdracht geven. De meeste gemeenten hebben wel een sportbeleid. Dit beleid komt meestal tot stand in samenwerking met lokale sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. De raad stelt het sportbeleid vast.

De gemeente biedt met sporthallen, buitensportvelden en zwembaden inwoners ruimte om te sporten. De gemeente is eigenaar, terwijl onderhoudsstichtingen of (buiten)sportverenigingen verantwoordelijk zijn voor dagelijks beheer en onderhoud.
In deze rol heeft de gemeente te maken met de Wet Markt en Overheid. Doel van die wet is om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Dat betekent bijvoorbeeld dat een gemeente die sportactiviteiten aanbiedt die ook door particuliere ondernemers worden aangeboden, de volledige kosten moet doorberekenen. De wet biedt een uitzondering voor diensten van algemeen belang. Gemeenten kunnen bepalen dat sport zo’n dienst is. Daardoor kunnen zij verenigingen een lagere huur berekenen. Gemeenten stellen hiervoor een tarievenbeleid op.

Er zijn verschillende subsidies waarmee gemeenten sportbeoefening kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld een startsubsidie om een nieuw sportief initiatief te steunen, een investeringssubsidie voor sportverenigingen of een bijdrage om een groot evenement binnen de gemeentegrenzen mogelijk te maken.

Gemeenten kunnen in het lokale sportbeleid vastleggen dat sportactiviteiten voor iedereen toegankelijk moeten zijn. Ze kunnen regelingen treffen om de financiële drempels voor inwoners zo laag mogelijk te houden. Twee derde van de Nederlandse gemeenten is daarvoor aangesloten bij het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Gemeenten betalen hieraan een bijdrage. Daarnaast is er de Brede Regeling Combinatiefuncties. Via deze regeling kunnen gemeenten (met cofinanciering) subsidie krijgen als zij buurtsportcoaches aanstellen. Deze coaches proberen iedereen mee te laten sporten, sportaanbieders te faciliteren en verbindingen tussen gemeente, sportaanbieders, welzijn en scholen te versterken.

 

Achtergrond

Lokaal sportbeleid is vooral gericht op breedtesport. Sport moet toegankelijk zijn voor iedereen en ontspanning en plezier bieden. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen om daarnaast topsport mogelijk te maken. Sportfaciliteiten maken deel uit van het aanbod aan maatschappelijke voorzieningen in een gemeente. Net als een theater, bioscoop en goede kinderopvang kan de aanwezigheid van moderne sportaccommodaties nieuwe bewoners naar een gemeente trekken.

In 2018 hebben het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, sportorganisaties en gemeenten het Nationaal Sportakkoord 2018-2022 ondertekend. Hoofddoel van dit akkoord is om zoveel mogelijk mensen met plezier te laten bewegen en sporten. Het ministerie van VWS heeft daarbij budget vrijgemaakt voor een gemeentelijke sportformateur die de ontwikkeling van een lokaal sportakkoord kan coördineren. Ongeveer elke vier jaar zijn er dergelijke rijksregelingen om de lokale sportinfrastructuur te versterken.

Veel partijen kunnen een inbreng hebben bij het vaststellen van het sportbeleid of een sportakkoord. Van sportverenigingen tot seniorenraad en van scholen tot organisaties voor mensen met een beperking. Gemeenten zien het belang van sport en beweging ook steeds meer als middel om de gezondheid van hun inwoners te bevorderen en om jongeren meer te laten bewegen. Ongeveer de helft van alle Nederlandse gemeenten doet mee aan het project Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). In deze integrale aanpak van overgewicht is bewegen een belangrijk onderdeel.

De meeste gemeenten hebben een sportbedrijf dat het sportbeleid uitvoert en verantwoordelijk is voor beheer en exploitatie van de sportaccommodaties. Het sportbedrijf speelt ook vaak een verbindende rol tussen gemeente, verenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties.

Het sportverenigingsleven staat onder druk. Verenigingen zien hun ledental slinken en komen steeds moeilijker aan bestuursleden en vrijwilligers. Sportbeoefening wordt steeds veelzijdiger. Mensen bewegen individueel of in kleine groepjes, vaak ook in de buitenlucht. Openbare sport- of beweegplekken zullen daardoor vaker deel uit gaan maken van de planning van voorzieningen in de openbare ruimte.

Instrumenten voor raadsleden

De Monitor Sport en Gemeenten verzamelt gegevens over vijftien kernindicatoren op het gebied van (sport)beleid.

De Financieringswijzer Sport en Bewegen biedt gemeenten informatie over mogelijkheden voor financiering van hun sport- en beweegbeleid.

Meedoen door Sport en Bewegen van het Kenniscentrum Sport & Bewegen biedt instrumenten om kwetsbare groepen de voordelen van sport en bewegen te laten ervaren.

De Kennisbank Sport & Bewegen bevat circa 21.000 publicaties over sport, bewegen, leefstijl en gezondheid.

 

Inspiratie en praktijkvoorbeelden

Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft een database met praktijkvoorbeelden van beleid en beleidsontwikkelingen

De Handreiking Sport, bewegen en Omgevingswet van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) laat met onder meer Stadspark Sonsbeek in Arnhem en de Utrechtse Merwedekanaalzone zien hoe sport en beweging in de geest van de Omgevingswet een plek hebben gekregen.

De VSG heeft een overzicht met beleidsnota’s en -visies op het gebied van gemeentelijk sportbeleid.

Buurtsportcoach geeft een overzicht van praktijkvoorbeelden per gemeente.

This page as PDF